StatutenEngelse Bulldog Club Nederland

Artikel 1

Naam, vestigingsplaats en duur

  1. De vereniging draagt de naam: ENGELSE BULLDOG CLUB NEDERLAND. De vereniging kan de verkorte naam: E.B.C.N. voeren en wordt in deze statuten aangeduid als: ‘de vereniging’ of ‘de E.B.C.N.’
  2. Zij is gevestigd te Amsterdam.
  3. De vereniging is voor onbepaalde tijd aangegaan. Zij is opgericht op vier en twintig november negentienhonderd vijf en tachtig.
  4. Zij is in het jaar tweeduizend als lid toegetreden tot de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, hierna ook te noemen ‘Raad van Beheer’.

Artikel 2

Doel en middelen

  1. De vereniging heeft ten doel:
    1. de instandhouding en verbetering van de Engelse Bulldog.
    2. de bevordering van de gezondheid en het welzijn van de tot dit ras behorende honden in het algemeen en het voorkomen en bestrijden van erfelijke gebreken binnen dit ras in het bijzonder.
    3. het bevorderen van het contact tussen fokkers en liefhebbers van de Engelse Bulldog.
  2. Zij tracht dit doel te bereiken door:
    1. het houden van vergaderingen en het organiseren van lezingen en cursussen.
    2. het organiseren van evenementen, zoals Clubmatch en andere bijeenkomsten met Engelse Bulldoggen.
    3. het geven van voorlichting over de aankoop, het houden, fokken en opvoeden van Engelse Bulldoggen.
    4. het opstellen van plannen ter bestrijding van erfelijke gebreken binnen het ras en het treffen van maatregelen ter uitvoering van die plannen.
    5. het registreren van uitslagen van onderzoeken van de tot het ras Engelse Bulldog behorende honden betreffende de aanwezigheid van erfelijk bepaalde afwijkingen alsmede van de mogelijkheid van het doorgeven van de aanleg daarvoor aan nakomelingen, een en ander met het doel, ten behoeve van een verantwoorde fokkerij van Engelse Bulldoggen gegevens uit deze registratie aan derden te verstrekken en indien de jaarvergadering daartoe beslist deze te publiceren.
    6. het uitgeven van een clubblad of een periodiek.
    7. het deelnemen aan het overleg binnen de georganiseerde kynologie.
    8. al hetgeen verder aan het doel dienstbaar kan zijn, een en ander voor zover daarbij niet wordt gehandeld in strijd met de statuten, reglementen, wettige besluiten van de Raad van Beheer.

Artikel 3

Verhouding tot de vereniging Raad van Beheer

  1. De E.B.C.N. ontleent haar rechten aan de statuten, huishoudelijk reglement en overige reglementen van de Raad van Beheer en verplicht zich zonder voorbehoud tot naleving van die statuten, reglementen en wettig genomen besluiten van de Raad van Beheer.
  2. De E.B.C.N. aanvaardt zonder voorbehoud de rechtsmacht van de Geschillencommissie voor de Kynologie en het Tuchtcollege voor de Kynologie, zoals weergegeven in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van Beheer.
  3. De leden van de E.B.C.N. zijn jegens de vereniging tot hetzelfde gehouden als waartoe de E.B.C.N. vanwege haar lidmaatschap jegens de Raad van Beheer zal zijn gehouden op grond van de statuten en reglementen van de Raad van Beheer en de door de organen van de Raad van Beheer wettig genomen besluiten.
  4. De E.B.C.N. is bevoegd tot het opleggen van de verplichtingen aan de leden jegens de Raad van Beheer, waarbij al hetgeen waartoe de E.B.C.N. jegens de Raad van Beheer is gehouden uit hoofde van het bepaalde in de statuten en reglementen van de Raad van Beheer ook geldt als verplichtingen die de leden van de E.B.C.N. rechtstreeks jegens de Raad van Beheer hebben, alles met toepassing van het bepaalde in artikel 46, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 4

Verenigingsjaar

Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

Artikel 5

Leden

  1. De leden van de vereniging worden onderscheiden in gewone leden en buitengewone leden.
  2. Gewone leden hebben alle rechten en plichten die de wet en deze statuten aan leden toekennen onderscheidenlijk opleggen. Buitengewone leden hebben deze rechten en plichten slechts voor zover deze statuten niet anders bepalen.

Artikel 6

Gewone leden

  1. De gewone leden van de vereniging worden onderscheiden in:
    1. algemene leden
    2. ereleden/leden van verdiensten
  2. Algemene leden zijn de natuurlijke personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en als zodanig zijn toegelaten.
  3. Ereleden/Leden van Verdiensten zijn de natuurlijke personen die zich voor de vereniging buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt en om die reden als zodanig zijn benoemd, en dit hebben geaccepteerd

Artikel 7

Buitengewone leden

  1. De buitengewone leden van de vereniging worden onderscheiden in:
    1. Gezinsleden
    2. Jeugdleden
  2. Gezinsleden zijn zij die met een lid zijn getrouwd of daarmee duurzaam samenleven en die als zodanig zijn  toegelaten.
  3. Jeugdleden zijn zij die woonachtig zijn op het postadres van een algemeen lid, doch nog niet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Artikel 8

Ereleden/Leden van Verdiensten

  1. Ereleden/Leden van Verdiensten worden door de Algemene Vergadering op voorstel van het bestuur of op schriftelijk voorstel van ten minste tien stemgerechtigde leden benoemd met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. Zij betalen geen contributie.
  2. Indien een algemeen lid of gezinslid tot erelid/lid van verdienste wordt benoemd, houdt hij met ingang van de dag volgende op de aanvaarding van zijn benoeming op algemeen lid of gezinslid te zijn.

Artikel 9

Gezinsleden/Jeugdleden
  1. Gezinsleden en Jeugdleden ontvangen geen clubblad en betalen een verminderde contributie.
  2. Een gezinslid wordt van rechtswege algemeen lid met ingang van het verenigingsjaar volgende op het jaar waarin zijn of haar partner ophoudt lid te zijn. Indien de relatie met deze partner wordt ontbonden, kan het bestuur al dan niet op verzoek het gezinslidmaatschap omzetten in een algemeen lidmaatschap.
    1. Jeugdleden welke door ontbinding of beëindiging van het algemeen lidmaatschap niet meegaan met het eventueel aanwezige gezinslid, welke dan het algemeen lidmaatschap aanvaardt, verliezen het recht op het jeugdlidmaatschap.
    2. Jeugdleden welke de leeftijd van achttien jaar bereiken worden automatisch gezinslid.

Artikel 10

Toelating van leden

  1. Het bestuur beslist over de toelating van algemene leden, gezinsleden en jeugdleden nadat zij zich als zodanig schriftelijk hebben aangemeld.
  2. Zij aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie casu quo na één januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf is opgelegd kunnen als lid worden geweigerd.
  3. Het bestuur kan het besluit omtrent de toelating ten hoogste twee maanden aanhouden, indien de aanmelding voor het lidmaatschap minder dan twee maanden voor het houden van een Algemene Vergadering wordt ontvangen.
  4. Indien de toelating door het bestuur wordt geweigerd, staat daartegen binnen een maand na ontvangst van het bericht van weigering beroep op de Algemene Vergadering open. De Algemene Vergadering kan ook uit eigen beweging alsnog tot toelating besluiten.

Artikel 11

Aanvang van het lidmaatschap

  1. Het lidmaatschap van algemene leden en gezinsleden vangt, onverminderd het bepaalde in artikel 9, tweede lid, aan met de dag volgende op hun toelating.
  2. Het lidmaatschap van ereleden/leden van verdiensten vangt aan met de dag volgende op de aanvaarding van hun benoeming.

Artikel 12

Einde van het lidmaatschap

Het lidmaatschap eindigt:

  1. door de dood van het lid;
  2. door opzegging door het lid;
  3. door opzegging door de vereniging
  4. door ontzetting.

Artikel 13

Opzegging door het lid

  1. Opzegging door het lid geschiedt schriftelijk aan het bestuur.
  2. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 30, lid 4, met ingang van de dag die daarvoor bij de opzegging wordt vermeld, doch op zijn vroegst met ingang van de dag volgende op die, waarop de schriftelijke opzegging wordt ontvangen. Indien bij de opzegging geen tijdstip wordt vermeld, eindigt het lidmaatschap aan het einde van het verenigingsjaar waarin de opzegging plaatsvindt.
  3. Indien het lidmaatschap niet is opgezegd voor één december van enig jaar is de contributie voor het volgend jaar te voldoen en wordt de opzegging beschouwd als voor het daarop volgend jaar.
  4. Het lidmaatschap eindigt ook als de contributie naar herhaaldelijk verzoek niet is voldaan voor het einde van de derde maand na het begin van een nieuw verenigingsjaar.

Artikel 14

Opzegging door de vereniging

  1. Opzegging door de vereniging is slechts mogelijk indien:
    1. het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt;
    2. aan het lid door de Raad van Discipline voor de Kynologie casu quo na één januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd;
    3. om een andere reden van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  2. De opzegging geschiedt door het bestuur.
  3. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder a., wordt niet tot opzegging overgegaan dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij gedurende een maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
  4. Het lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt mededeling gedaan van de op grond van het vijfde lid bestaande beroepsmogelijkheid.
  5. Tegen het besluit tot opzegging staat binnen een maand na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde mededeling beroep op de Algemene Vergadering open. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een eventueel door het lid beklede bestuursfunctie. Het geschorste lid heeft echter wel  toegang tot de Algemene Vergadering waarin het beroep wordt behandeld, is bevoegd om bij de behandeling van het beroep aanwezig te zijn en daarover het woord te voeren, doch heeft geen stemrecht.
  6. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 30, lid 4, met ingang van de dag volgende op het verstrijken van de beroepstermijn of, indien beroep wordt ingesteld, onmiddellijk na het besluit tot verwerping van het beroep indien het lid aanwezig is in de vergadering waarin dit besluit wordt genomen, en anders met ingang van de dag volgende op die, waarop een schriftelijke mededeling van het besluit tot verwerping  van het beroep is ontvang en.
  7. Een schorsing eindigt tegelijk met het lidmaatschap of, indien de Algemene Vergadering het beroep gegrond verklaart, tegelijk met het besluit van de Algemene Vergadering.

Artikel 15

Ontzetting

  1. Ontzetting is slechts mogelijk indien:
    1. het lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging;
    2. het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
  2. De ontzetting geschiedt door aanschrijving van het bestuur, en na behandeling in de Algemene Vergadering.
  3. Artikel 14, vierde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16

Overige sancties

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 14, vijfde lid en artikel 15, derde lid kan een lid door het bestuur voor de duur van maximaal twee jaar worden geschorst indien het lid heeft gehandeld in strijd met de statuten, reglementen of daar op gebaseerde besluiten van de vereniging dan wel de vereniging op onredelijke wijze heeft benadeeld.
  2. Artikel 14, lid 5 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17

Organen

De vereniging kent:

  1. een bestuur.
  2. een Algemene Vergadering.
  3. een kascontrolecommissie.
  4. een evenementencommissie.
  5. een geschillencommissie.
  6. een commissie kynologische zaken/fokkerscommissie.

 

Artikel 18

Samenstelling bestuur

  1. De Algemene Vergadering besluit, of het bestuur uit vijf of uit zeven leden zal bestaan. De bestuursleden worden  door de Algemene Vergadering uit de algemene leden, de ereleden en de gezinsleden benoemd. De Algemene Vergadering kan echter bepalen, dat de voorzitter buiten de leden kan worden benoemd.
  2. Degene aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie casu quo na één januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie de straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd, is gedurende de duur van deze diskwalificatie niet tot lid van het bestuur benoembaar. De Algemene Vergadering kan echter bepalen, dat leden, die door voornoemd college zijn veroordeeld waarbij een andere straf is opgelegd dan diskwalificatie van zijn persoon, niet benoembaar zijn tot lid van het bestuur. Daarbij dient te worden aangegeven in welke gevallen, in casu bij welke opgelegde straffen alsmede welke verjaringstermijnen daarop van toepassing zijn, betrokkenen niet als bestuurslid kunnen worden benoemd.
  3. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester kunnen als zodanig in functie worden benoemd.

Artikel 19

Voordrachten

  1. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer niet bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in het zesde lid.
  2. Iedere voordracht heeft op één bepaalde vacature betrekking en vermeldt de naam van degene, door wiens aftreden de vacature wordt veroorzaakt. Iedere voordracht vermeldt voorts de naam van ten minste één kandidaat.
  3. Tot het opmaken van een voordracht zijn zowel het bestuur als tien stemgerechtigde leden bevoegd.
  4. Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering medegedeeld. Een voordracht van tien of meer stemgerechtigde leden moet ten minste één week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
  5. Is er voor een bepaalde vacature meer dan één voordracht, dan geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
  6. Is er voor een bepaalde vacature geen voordracht opgemaakt, dan is de Algemene Vergadering voor de  vervulling van die vacature vrij in haar keus.

Artikel 20

Einde bestuurslidmaatschap

  1. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
    1. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
    2. door periodieke aftreding;
    3. door bedanken;
    4. door ontslag;
    5. door oplegging van een straf door de Raad van Discipline voor de  Kynologie casu quo na één januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie.
  2. Het bestuurslidmaatschap eindigt in het geval, bedoeld in het eerste lid onder b., aan het einde van de in artikel 21, eerste lid, bedoelde Algemene Vergadering. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder c., eindigt het bestuurslidmaatschap op het door het bedankende bestuurslid genoemde tijdstip. In alle overige gevallen eindigt het met onmiddellijke ingang.

Artikel 21

Periodieke aftreding

  1. Ieder jaar treden op de jaarlijkse Algemene Vergadering twee of drie bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken en zo nodig te wijzigen rooster.
  2. Dit rooster wordt zodanig opgemaakt, dat:
    1. ieder bestuurslid uiterlijk drie jaar na zijn benoeming aftreedt, waarbij onder een jaar wordt verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse Algemene Vergaderingen;
    2. de voorzitter, de secretaris en de penningmeester zo mogelijk in verschillende jaren, maar in ieder geval nimmer alle drie gelijktijdig aftreden;
    3. zij die in een tussentijdse vacature zijn benoemd, zo mogelijk op het rooster de plaats van hun voorganger innemen.
  3. Volgens rooster aftredende bestuursleden kunnen terstond worden herbenoemd.

Artikel 22

Schorsing en ontslag

  1. Elk bestuurslid kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen of geschorst.
  2. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

Artikel 23

Vervulling tussentijdse vacatures

  1. Indien in het bestuur één of meer vacatures zijn ontstaan, blijft het bestuur bevoegd.
  2. Het bestuur is verplicht, de vervulling van de open plaats of de open plaatsen voor de eerstvolgende Algemene Vergadering te agenderen. Zodra echter het aantal zitting hebbende bestuursleden minder bedraagt dan het aantal vacatures, is het bestuur verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Vergadering ter voorziening in die vacatures te beleggen.

Artikel 24

Bestuursfuncties

  1. De functies van voorzitter, secretaris en penningmeester zijn onverenigbaar.
  2. Het bestuur voorziet in de vervanging van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester in geval van verhindering of ontstentenis en verdeelt ook overigens de werkzaamheden over zijn leden. Op vervanging in geval van verhindering of ontstentenis is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing.

Artikel 25

Bestuurstaak en -bevoegdheden; verantwoordelijkheid van bestuurders

  1. Behoudens de beperkingen van de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. Het richt zich daarbij naar de aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het te volgen beleid, zoals die door de Algemene Vergadering in de begroting of op andere wijze worden gegeven.
  2. Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Algemene Vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaren van registergoederen.
  3. Ieder lid van het bestuur is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.

Artikel 26

Besluitvorming bestuur

  1. Alle besluiten worden door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.  Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag, tenzij het bestuur besluit de zaak tot  de volgende vergadering aan te houden.
  2. Om te kunnen besluiten moet ten minste de helft van het aantal bestuursleden, eventuele vacatures niet meegerekend, aanwezig zijn, tenzij het zaken betreft die geen uitstel gedogen.
  3. In afwijking van hetgeen de wet daarover bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming en de inhoud van een genomen besluit niet beslissend.

Artikel 27

Mandatering en delegatie van bestuurstaken en -bevoegdheden

  1. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden mandateren aan één of meer van zijn leden. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen en aanwijzingen geven.
  2. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden delegeren aan een door het bestuur ingestelde commissie. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen geven.
  3. De richtlijnen en aanwijzingen mogen niet in strijd zijn met de wet, met deze statuten of met een reglement als bedoeld in artikel 43.
  4. Bij mandatering aan één of meer bestuursleden wordt steeds in de eerstvolgende bestuursvergadering verslag uitgebracht van hetgeen is verricht.

 Artikel 28

Vertegenwoordiging

  1. De bevoegdheid om de vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordigen, komt toe aan:
    1. het bestuur;
    2. de voorzitter en de secretaris, gezamenlijk handelend;
    3. de voorzitter en de penningmeester, gezamenlijk handelend;
    4. de secretaris en de penningmeester, gezamenlijk handelend.
  2. Bij verhindering of ontstentenis van een in het eerste lid genoemde functionaris kan deze ten behoeve van de daar bedoelde vertegenwoordiging niet vervangen worden door een op grond van artikel 24 aangewezen vervanger.

 

Artikel 29

Geldmiddelen

De inkomsten van de vereniging bestaan uit:

  1. contributies
  2. cursusgelden;
  3. inschrijf- en entreegelden voor evenementen;
  4. schenkingen, legaten en erfstellingen; 
  5. overige baten.

Artikel 30

Contributie

  1. De leden, met uitzondering van de ereleden/leden van verdiensten, zijn aan de vereniging een jaarlijkse contributie verschuldigd, waarvan het bedrag door de Algemene Vergadering wordt vastgesteld.
  2. Het bedrag van de contributie van gezinsleden/jeugdleden wordt bepaald op een gedeelte van de contributie van algemene leden. Dit gedeelte kan voor elk van de genoemde categorieën verschillend zijn.
  3. Eenmaal vastgestelde bedragen blijven van kracht totdat zij door de Algemene Vergadering worden gewijzigd. Een wijziging werkt ten hoogste terug tot de aanvang van het verenigingsjaar waarin zij wordt vastgesteld.
  4. Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desondanks de contributie over het gehele jaar verschuldigd.
  5. Het bestuur kan in bijzondere gevallen, al dan niet voor een bepaalde termijn, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van contributie verlenen.

Artikel 31

Begroting

  1. Het bestuur legt jaarlijks aan de Algemene Vergadering een begroting van inkomsten en uitgaven ter vaststelling voor op een zodanig tijdstip, dat deze begroting behandeld kan worden voor de aanvang van het betreffende verenigingsjaar of uiterlijk op de in dat jaar te houden jaarlijkse Algemene Vergadering.
  2. De ontwerpbegroting wordt aan de stemgerechtigde leden ten minste drie weken vòòr de Algemene Vergadering toegezonden, al dan niet door publicatie in het clubblad.
  3. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van verplichtingen als daardoor de begrotingspost ten laste waarvan de betreffende uitgaven moeten worden gebracht, met meer dan tien procent zou worden verschreden of het totale financieel resultaat van het betreffende verenigingsjaar daardoor ongunstiger zou worden dan in de begroting werd voorzien.
  4. Indien evenwel de begroting niet wordt vastgesteld voor de aanvang van het betreffende verenigingsjaar, dan is het bestuur gedurende iedere maand die geheel of gedeeltelijk aan die vaststelling voorafgaat,  bevoegd tot het aangaan van verplichtingen tot ten hoogste een/twaalfde gedeelte van de betreffende post van de ontwerpbegroting.

Artikel 32

Jaarverslag

  1. Het bestuur brengt jaarlijks een schriftelijk jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid in het afgelopen verenigingsjaar. Dit verslag wordt uitgebracht op een zodanig tijdstip, dat het behandeld kan worden op de eerste jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
  2. Het jaarverslag wordt door alle leden van het bestuur ondertekend. Ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
  3. Artikel 31, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 33

Boekhouding

  1. Het bestuur houdt van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  2. Het bestuur bewaart de in het eerste lid bedoelde bescheiden gedurende zeven jaren.

 Artikel 34

Rekening en verantwoording

  1. Het bestuur maakt jaarlijks een balans en een staat van de baten en de lasten van de vereniging over het afgelopen verenigingsjaar op en legt deze met een toelichting ter goedkeuring aan de Algemene Vergadering voor op een zodanig tijdstip, dat zij behandeld kunnen worden op de eerste jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
  2. Artikel 31, tweede lid, en artikel 32, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
  3. Goedkeuring van de balans en de staat van baten en lasten door de Algemene Vergadering strekt het bestuur tot décharge voor al hetgeen daaruit blijkt.
  4. Artikel 33, tweede lid, is van toepassing.

 Artikel 35

Kascommissie

  1. De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks uit de stemgerechtigde leden een kascommissie van ten minste twee leden. Tegelijkertijd worden zo mogelijk ten minste twee plaatsvervangende leden benoemd, die de leden bij ontstentenis vervangen. De leden en de plaatsvervangende leden mogen geen deel van het bestuur uitmaken. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, tenzij zij reeds vier jaar zitting hebben.
  2. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de Algemene  Vergadering schriftelijk of mondeling verslag van haar bevindingen uit.
  3. Het bestuur stelt de kascommissie in staat, haar onderzoek tijdig voor de jaarlijkse Algemene Vergadering te verrichten en is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde  inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
  4. De leden van de kascommissie kunnen te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen, maar slechts tegelijk met de benoeming van andere leden.

 Artikel 36

De Algemene Vergadering

  1. Aan de Algemene Vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
  2. Jaarlijks wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval uiterlijk vijf maanden na afloop van het voorafgaande verenigingsjaar, een Algemene Vergadering gehouden. In deze jaarlijkse Algemene Vergadering komen in ieder geval aan de orde:
    1. het jaarverslag, bedoeld in artikel 32.
    2. de balans en de staat van baten en lasten, bedoeld in artikel 34.
    3. het verslag van de kascommissie, bedoeld in artikel 35.
    4. de benoeming van een kascommissie voor het onderzoek van de balans en de staat van baten en lasten over het lopende verenigingsjaar.
    5. de begroting, bedoeld in artikel 31, tenzij deze al is vastgesteld.
    6. de voorziening in bestuursvacatures.
  3. De Algemene Vergadering kan de in het tweede lid genoemde termijn verlengen van vijf tot zes maanden.
  4. Andere Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dat wenselijk vindt of ten minste tien stemgerechtigde leden dan wel, indien dat minder is, ten minste een tiende deel der stemgerechtigde leden dat verzoeken. Bij het verzoek worden de te behandelen onderwerpen, die op de agenda moeten worden vermeld, duidelijk aangegeven.
  5. Schriftelijke voorstellen aan de Algemene Vergadering van ten minste zoveel stemgerechtigde leden als in het vorige lid worden bedoeld, worden op de agenda van de eerstvolgende Algemene Vergadering vermeld indien zij ten minste zes weken voor die Algemene  Vergadering bij het bestuur zijn ingediend. Zij worden met een preadvies van het bestuur ten minste drie weken voor de Algemene Vergadering aan de leden toegezonden, al dan niet door publicatie in het clubblad.

 Artikel 37

Bijeenroeping

  1. De Algemene Vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur.
  2. De leden worden, behoudens in het geval bedoeld in het vierde lid, ten minste drie weken tevoren opgeroepen door toezending van een agenda, die desgewenst in het clubblad kan worden opgenomen.
  3. De agenda vermeldt plaats, datum en aanvangstijdstip van de vergadering, alsmede de te behandelen agendapunten.
  4. Indien ingevolge artikel 36, vierde lid, op verzoek van een aantal leden een Algemene Vergadering moet worden gehouden, is het bestuur verplicht die vergadering uit te schrijven binnen twee weken na ontvangst van het verzoek en op een termijn van niet langer dan zes weken na indiening van het verzoek. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan, hetzij overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, hetzij door middel van een advertentie in ten minste één landelijk veel gelezen dagblad.

Artikel 38

Toegang en stemrecht

  1. Alle leden, met uitzondering van geschorste leden, behoudens het bepaalde in artikel 14, vijfde lid, artikel 15, derde lid en artikel 16, hebben toegang tot de Algemene Vergadering en stemrecht. Geschorste leden hebben echter geen stemrecht. Jeugdleden hebben wel toegang tot de Algemene Vergadering, maar hebben geen stemrecht. Indien de voorzitter buiten de leden is benoemd, heeft deze wel toegang tot de Algemene Vergadering, maar geen stemrecht.
  2. Over toelating van andere dan de in het eerste lid bedoelde personen beslist het bestuur.
  3. Een lid kan niet iemand anders machtigen, het stemrecht namens hem uit te oefenen.
  4. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering het woord voeren, voorstellen doen en amendementen indienen, behoudens de beperkingen die bij huishoudelijk reglement aan de uitoefening van deze rechten worden gesteld.

Artikel 39

Voorzitterschap en notulering

  1. De Algemene Vergaderingen worden geleid door de voorzitter of zijn plaatsvervanger. Is de voorzitter afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in het voorzitterschap.
  2. Van het verhandelde in een Algemene Vergadering wordt door de secretaris of zijn plaatsvervanger beknopte notulen opgemaakt. Is de secretaris afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan wijst de voorzitter een notulist aan. De notulen worden door de voorzitter en de notulist vastgesteld en ondertekend. Bij een verschil van inzicht over de inhoud van de notulen tussen de voorzitter en de notulist worden de notulen door het bestuur vastgesteld.
  3. Bij toepassing van artikel 37, vierde lid laatste volzin, kunnen de verzoekers anderen dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het opstellen der notulen.
  4. De vastgestelde notulen worden, door publicatie in het clubblad of op ander wijze, zo spoedig mogelijk te kennis van de leden gebracht.

Artikel 40

Besluitvorming

  1. Voor zover de wet of de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten van de Algemene Vergadering  genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  2. Blanco en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht, maar tellen wel mee voor het quorum.
  3. Alle stemmingen over de aanwijzing of benoeming van personen geschieden schriftelijk. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of ten minste vijf stemgerechtigde leden dat voor de stemming verlangen. Een schriftelijke stemming geschiedt met ongetekende briefjes.
  4. Indien niemand hoofdelijke stemming verlangt wordt het besluit bij acclamatie genomen.
  5. Indien mondelinge stemming moet plaatsvinden, dan kan de voorzitter besluiten tot stemming bij  handopsteken, tenzij één der stemgerechtigde leden stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt. Ook kan de voorzitter alsnog tot stemming bij hoofdelijke oproeping besluiten, indien hij bij de stemming bij  handopsteken de uitslag der stemming niet kan vaststellen.
  6. Indien schriftelijke stemmingen over verschillende aanwijzingen, benoemingen of zaken moeten plaatsvinden, dan kunnen deze stemmingen gecombineerd worden mits de stembriefjes zodanig zijn  ingericht, dat verwarring redelijkerwijs niet mogelijk is. Evenwel moeten afzonderlijke stemmingen worden gehouden indien ten minste vijf stemgerechtigde leden dat verlangen.
  7. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende de benoeming of aanwijzing van personen, dan is het voorstel verworpen.

 Artikel 41

Stemmingen over personen

  1. Indien bij een aanwijzing of benoeming van een persoon niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, dan heeft een tweede stemming plaats, tenzij tussen twee personen is gestemd.
  2. Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
  3. Bij de in het tweede lid bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming kon worden gestemd, met uitzondering van de persoon op wie bij die voorafgaande stemming de minste stemmen zijn uitgebracht. Zijn bij die stemming de minste stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de volgende stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
  4. Indien bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, dan beslist het lot wie van beiden is aangewezen of benoemd.

 Artikel 42

Vaststelling besluitvorming

  1. Het in de Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

Artikel 43

Reglementen

  1. De Algemene Vergadering kan een huishoudelijk reglement en andere reglementen vaststellen, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met en niet mogen afwijken van de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, of van deze statuten.
  2. Indien de reglementen van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland verlangen dat een huishoudelijk reglement of een ander reglement aan de goedkeuring van de Raad van Beheer wordt  onderworpen, dan treedt het niet in werking alvorens die goedkeuring is verkregen. Hetzelfde geldt voor wijziging van dat reglement.
  3. De Algemene Vergadering kan een reglement te allen tijde wijzigen, mits aan de in statuten en huishoudelijk reglement gestelde eisen voor de besluitvorming en de voorbereiding daarvan is voldaan. Ook de Algemene Vergadering kan echter geen besluiten nemen in strijd met een reglement.

Artikel 44

Geschillencommissie

  1. Het bestuur kan een geschillencommissie benoemen, bestaande uit een voorzitter en twee leden, die geen lid van het bestuur zijn en als onpartijdig en onkreukbaar bekend staan. De voorzitter dient zo mogelijk daarenboven de hoedanigheid van meester in de rechten te bezitten.
  2. Een benoeming als bedoeld in het eerste lid is pas van kracht, nadat deze door de Algemene Vergadering is bekrachtigd bij een met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit.
  3. De leden van de geschillencommissie treden na drie jaar af. Zij kunnen terstond worden herbenoemd. Het  lidmaatschap van de commissie eindigt voorts door overlijden of bedanken. De leden kunnen niet worden ontslagen. Het einde van het lidmaatschap van de vereniging heeft niet het einde van het lidmaatschap van de commissie tot gevolg.
  4. De geschillencommissie is op schriftelijk verzoek van de meest gerede partij bevoegd kennis te nemen van alle geschillen tussen het bestuur en een of meer bestuursleden en tussen bestuursleden en/of leden onderling, indien door het voortbestaan van een dergelijk geschil de sfeer binnen de vereniging is verstoord of dreigt te worden verstoord, dan wel de goede gang van zaken binnen de vereniging anderszins wordt geschaad of dreigt te worden geschaad.
  5. De Algemene Vergadering kan besluiten, dat de geschillencommissie voor de behandeling van toekomstige beroepen tegen een weigering van toelating als bedoeld in artikel 10, tegen een opzegging van het  lidmaatschap als bedoeld in artikel 14, tegen een ontzetting uit het lidmaatschap als bedoeld in artikel 15 en tegen een schorsing als bedoeld in artikel 16, voor de Algemene Vergadering in de plaats treedt. De Algemene Vergadering kan een dergelijk besluit voor toekomstige beroepen ook weer intrekken.
  6. De geschillencommissie doet in het geschil uitspraak na behoorlijk onderzoek en oproeping, althans schriftelijke raadpleging, van alle betrokkenen. Zij bepaalt verder zelf de loop van de procedure. De leden van de vereniging verstrekken aan de commissie alle door haar verlangde inlichtingen. De commissie kan op kosten van de vereniging deskundigen raadplegen, indien zij daaraan behoefte heeft.
  7. De schriftelijke uitspraak van de commissie wordt onverwijld aan het bestuur en aan alle betrokkenen toegezonden. Het bestuur en alle betrokkenen zijn verplicht naar de uitspraken van de commissie te handelen.

Artikel 45

Aansprakelijkheid

De vereniging is tegenover haar leden niet aansprakelijk voor enige schade, ontstaan tijdens vanwege de vereniging georganiseerde bijeenkomsten, cursussen of evenementen, van welke aard ook, en evenmin voor enige schade ten gevolge van door de vereniging verleende adviezen of door welke andere oorzaak dan ook.

Artikel 46

Statutenwijziging

  1. Deze statuten kunnen, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, slechts worden gewijzigd bij een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering, waarin ten minste twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien niet twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, dan wordt binnen zes weken een tweede Algemene Vergadering gehouden over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest. In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
  2. Een afschrift van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, wordt ten minste vijf dagen voor de vergadering door hen die de oproeping tot de vergadering hebben gedaan, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage worden gelegd tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. De leden worden van deze ter-inzage-legging op de hoogte gesteld. Dit gebeurt bijvoorkeur in het E.B.C.N.-clubblad en op de E.B.C.N.-website.
  3. Voorts wordt het voorstel tot statutenwijziging hetzij tegelijk met de in artikel 37 bedoelde agenda aan alle leden toegezonden, al dan niet door publicatie in het clubblad, hetzij toegezonden aan  alle leden die daarom verzoeken. In het laatste geval worden de leden van de mogelijkheid daartoe in kennis gesteld.
  4. Een wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat deze door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is goedgekeurd en van de wijziging een notariële akte is opgemaakt.

Artikel 47

Ontbinding

  1. De vereniging kan slechts worden omgezet, gefuseerd of ontbonden door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering,   waarin ten minste twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien niet twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, dan wordt binnen zes weken een tweede Algemene Vergadering gehouden over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest. In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
  2. Artikel 46, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
  3. Tegelijk met een besluit tot ontbinding wijst de Algemene Vergadering een andere kynologische vereniging aan, waaraan een eventueel batig saldo na vereffening zal toevallen. Ook kan de Algemene Vergadering een of meer anderen dan het bestuur met de vereffening belasten.